Gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Als u onze website blijft gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies.

Waarom standaardiseren noodzakelijk én mogelijk is

Geschatte leestijd: 5 minuten

In aanloop naar Let’s EPLAN blikken we met gebruikers van het eerste uur terug op de afgelopen 35 jaar. Om erachter te komen wat we kunnen leren van het verleden, om zo beter voorbereid te zijn op de toekomst.

In dit eerste gastblog is Karel Branten (60) aan het woord. Hij is Lead Electrical Engineering bij Smit Thermal Solutions en werkte al met EPLAN toen het nog op MS-DOS draaide. Hij maakte van dichtbij mee hoe engineering zich verplaatste van de houten tekentafel naar de digitale wereld.

Van tekenplank tot macrobibliotheek

Aan het begin van dit millennium werkte Branten nog met een overzichtelijk aantal collega’s. Er was iemand voor de software, de hardware, de werkvoorbereiding en het managen van het project. Inmiddels zijn voor die verschillende functies meerdere mensen aangesteld, wat het proces vele malen complexer maakt. “Als je dan gaat standaardiseren, kan dat enorme voordelen opleveren”, vertelt Branten. “Maar dan moet de data wel consistent en betrouwbaar zijn.”

Zijn engineeringafdeling tekent functioneel. Ze zetten de functies/macro’s eenmalig op en kunnen deze voor elke machine hergebruiken. Door het opzetten van zo’n standaard macrobibliotheek wordt kopieren en plakken overbodig, wat de kans op fouten verkleint. Het opzetten van zo’n bilbiotheek zorgt voor een enorme tijdsbesparing, maar vergt ook een eenmalige inspanning.

Branten: “Het is belangrijk dat het in één keer goed gaat. Veel bedrijven denken dat het maken van macro’s pas rendabel is wanneer je ze toepast voor ‘standaard’ machines en oplossingen, die je in grotere aantallen kunt verkopen. Veel kleinere bedrijven denken daardoor dat standaardiseren voor hen niet mogelijk is en blijven EPLAN uitsluitend als digitale tekenplank gebruiken.”

Ingeslepen processen

Hij is er echter van overtuigd dat standaardisatie noodzaak is voor de gehele branche. “Anders verdwijnt de Nederlandse machinebouw op termijn naar het buitenland. In mijn ogen wordt er nog teveel gepolderd. Je moet op een gegeven moment een beslissing nemen: gaan we standaardiseren of gaan we op de bestaande voet verder tot het echt niet meer kan?”

Het is geen wonder dat veel machinebouwers waarde blijven hechten aan bestaande en beproefde engineeringprocessen. Branten haalt een onderzoek aan van Siemens, een benchmark over de digitale volwassenheid in de branche. Maar liefst 17 procent van de ondervraagden geeft aan dat technologische ontwikkelingen géén invloed hebben op hun toekomstige bedrijfsvoering.

Het is volgens hem geen toeval dat vooral machinebouwers die in niches opereren – zoals de bedrijven waar hij voor gewerkt heeft – volgens het onderzoek minder behoefte hebben aan kennis in nieuwe disciplines. Ook Branten is in zijn carrière tegen veel weerstand aangelopen.

Consistente data

Toch moeten we in zijn ogen innoveren. “Vooral de engineering – het ontwikkelen van het intellectuele eigendom – moet in Nederland blijven. Standaardisatie helpt om hier meer tijd aan te besteden, omdat het de productie simplificeert. Zo kun je mogelijk minder technisch geschoold personeel inzetten voor productietaken die voorheen alleen een specialist kon doen.”

Daarvoor is het cruciaal dat de data consistent is. De hele keten van engineering en productie moet eerst gestandaardiseerd zijn, voor je er samen de vruchten van kunt plukken. Je kunt als machinebouwer wel een paneel in 3D ontwerpen, maar dan moet de paneelbouwer daar ook op ingericht zijn.

“Als ik zie wat er nu mogelijk is: ontwerpen in 3D, automatische draadconfectionering en met één druk op de knop een tekenpakket van 600 pagina’s genereren. Daar durfden we 30 jaar geleden nog niet van te dromen. Dat maakt me weer hoopvol over de toekomst van engineering in Nederland.”